Sitemap | Zoeken | Contact |
Albino Luciani > Getuigenissen en anekdotes






Homilie van Johannes Kardinaal Willebrands in de Requiemdienst voor Paus Johannes-Paulus I, gehouden in de kathedraal van Utrecht


Een maand geleden, op 26 augustus, klonken over het Sint Pietersplein te Rome de woorden: 'Ik verkondig U een grote vreugde: wij hebben een paus'. De vreugde sloeg als een golf over het plein, over de wereld, toen paus Johannes-Paulus I op het balkon verscheen en zijn eerste zegen gaf. Aanstonds werd hij ontvangen als een dierbare mens, van wie vreugde, bemoediging, vertrouwen uitging. De wijze waarop hij zijn ambt aanvaardde en droeg, was inspirerend: z immers, als hij het vrdeed, kan iedere mens zijn opgave, zijn taak aanvaarden en uitvoeren, met godsvertrouwen, in geloof aan God en geloof in de mensen.

Na een kort pontificaat is paus Johannes-Paulus van ons heengegaan. Heel de Kerk, ik durf zeggen heel de wereld heeft zijn komst begroet als een gave Gods. Zij die hem gekozen hebben wisten zich verlicht en gesterkt door de Geest van God. In zijn eerste toespraak sprak de pas gekozen paus over de eensgezindheid tussen de kardinalen, toen zij hem door de goddelijke wil kozen tot dit verheven ambt. Deze eensgezindheid breidde zich snel uit over heel de Kerk in algemene vreugde. Waarom is deze gave dan zo kortstondig geweest, waarom is onze vreugde aanstonds in rouw verkeerd?

 Wij richten deze vraag tot onze Heer en God, wiens beslissingen ondoorgrondelijk, wiens wegen onnaspeurlijk zijn. Wanneer Paulus de plannen van God met het volk Isral beschouwt, besluit hij met de woorden: 'Wie kent de gedachte des Heren, wie is zijn raadsman geweest?... Uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen. Hem zij de glorie in eeuwigheid' (Rom. 11,33-35).

Wanneer wij na de gebeurtenissen van deze dagen vragen: wat heeft God met ons voor? Wat wil Hij voor zijn Kerk? Dan buigen ook wij in geloof het hoofd voor de onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis.

Paus Luciani

De korte duur van dit pontificaat laat ons niet toe de ontwikkeling te zien van het programma dat paus Johannes-Paulus zich had voorgesteld. Maar wij hebben zijn persoon leren kennen en de wijze waarop hij de mensen tegemoet trad. Wat karakteriseerde hem het meest? Nederigheid, eenvoud en openheid. Hij kende geen pretenties voor zichzelf, hij was niet gecompliceerd, hij verborg zich niet, hij trad de mensen open tegemoet. De lach op zijn gezicht was de uitdrukking van inwendige vreugde bij de ontmoeting met anderen. Hij ontleende deze vreugde aan het Evangelie dat immers een blijde boodschap wil zijn. In een van zijn toespraken spreekt hij over de blijmoedigheid: 'Zij is het vermogen', zegt hij, 'om de dingen die men beleeft en ziet, wanneer de omstandigheden het toelaten, om te zetten in een blijde glimlach'. Hij brengt dit in verband met de christelijke hoop en heilsverwachting. Ik zou willen, zegt hij dan, dat gij aren zoudt lezen... een paaspreek van Augustinus over het Alleluia. Het echte alleluia zullen we in de hemel zingen, daar zal het zijn het alleluia van de liefde die haar vervulling heeft gevonden, hier en nu is het een alleluia van de hongerende liefde, dat is van de hoop op de vervulling.

Kunnen wij de evangelische blijmoedigheid van paus Johannes-Paulus delen, en deze uitdragen zoals hij heeft gedaan?

Paus Johannes-Paulus vraagt geloof. Hij vertelt de strijd van Augustinus om te kunnen geloven. Augustinus weerstaat God als deze zich als het ware aan hem dringt. Augustinus antwoordt: 'ja, maar', 'ja, maar later'. Er is maar n antwoord: 'ja, Heer, terstond'. Dat is geloof, maar alleen de mens die zich totaal aan God overgeeft kan zo antwoorden.

De Paus had een grote liefde voor de Kerk. Hij heeft haar gediend zijn leven lang als priester, bisschop, paus. Tot het hoogste ambt gekomen heeft hij het hoogste van zichzelf gegeven, heel zijn geest, heel zijn hart. De Kerk is de bruid van Christus,Kardinaal Willebrands en kardinaal Albino Luciani (1977) zij is mijn moeder, zo zegt de Paus, door haar heb ik het leven in Christus ontvangen. Men zegt dat haar gebreken aankleven, zij is een verzameling van zondaars. Ik zal haar des te meer liefhebben. Zij is het lichaam van Christus, zij bezit zijn woord en de sacramenten, zij bezit de kracht om ieder van ons, om heel de wereld te genezen en te bevrijden van het kwaad.

 De Kerk heeft een bijzondere liefde voor de armen. Haar opgave om de mens deelachtig te maken aan het goddelijk leven ontheft haar niet van haar taak om het leven, om de aarde meer menswaardig te maken. Ik ben ontroerd en enthousiast geweest, zei hij nog op 20 september, toen de encycliek Populorum Progressio, over de ontwikkeling van de volken uitkwam. Ik denk dat het kerkelijk leerambt nooit genoeg kan aandringen om de oplossing te zoeken voor de problemen van deze wereld: vrijheid, rechtvaardigheid, vrede, ontwikkeling, en de leken kunnen nooit genoeg strijden voor de oplossing van deze problemen. Maar men zou zich vergissen, men zou de mens te kort doen, wanneer men zou menen dat politieke, economische, sociale bevrijding samenvalt met het heil in Jezus Christus. Het rijk van God is mr dan het rijk der mensen.

 

Broeders en zusters, dit waren enkele grepen uit de laatste toespraken van paus Johannes-Paulus. Wij staan voor het mysterie van zijn plotselinge dood. In de tweede lezing hoorden wij: 'Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, niemand sterft voor zichzelf alleen'. Kardinaal Willebrands en pater Johan Goossens (11 januari 2002)In leven en sterven spreekt deze Paus tot ons. Hij leefde en stierf voor de Heer. Hij volgde de Heer na in zijn dienst aan de mens en aan de wereld. Hij stierf met het boek 'De navolging van Christus' in de handen. De Heer vond hem wakende en heeft hem uitgenodigd aan zijn tafel in het hemels Jeruzalem.

 

Thans maken wij ons op om opnieuw een paus, opvolger van Petrus, plaatsbekleder van Christus, te kiezen. U hebt ons gesteund met uw gebed tijdens het vorige Conclaaf. Alleen als wij gesteund worden door het gebed van heel de Kerk kunnen wij deze verantwoording dragen. Wij vragen dan ook met aandrang uw gebed, opdat de Geest des Heren zijn licht laat schijnen en wederom aan de Kerk een nieuw begin schenkt.

 

+ Johannes kardinaal Willebrands